016 Mike: De Fabriek: gebouwd op DIY
Waar anderen een sportschool zagen, zagen zij een plantenbak. Waar anderen een vervallen fabriek zagen, zagen zij een community.

Normaal gesproken draaien de gesprekken in Air Waves om de persoonlijke reis van individuele makers uit de Twentse hiphopcultuur. Maar wie inzoomt op de regionale geschiedenis, ontdekt al snel dat hiphop in Twente familie op wielen heeft. Skaten en hiphop delen hier al decennialang dezelfde plekken, dezelfde DJ's en dezelfde DIY-mentaliteit. Om die beweging van een kwarteeuw te begrijpen, schuift Mike Kerkum aan. Vanaf 2005 was hij twintig jaar lang voorzitter van skatevereniging De Fabriek. Dit is daarom niet het verhaal van één maker, maar het verhaal van hoe een rauwe subcultuur een blijvende plek opeiste.
De stad anders interpreteren
Eind jaren negentig was er van specifieke skate faciliteiten in Enschede en Hengelo nauwelijks sprake. Skaters moesten het doen met de openbare ruimte. Het Molenplein in Enschede, een gure parkeerplaats achter het station waar nu Metropool staat, werd het absolute epicentrum.
"Als skater kijk je heel anders naar de wereld. Je interpreteert alles wat je ziet als wel of niet een skatespot."
Qua spot sloeg het Molenplein eigenlijk nergens op. Je had een paar plantenbakken omgeven door oude spoorbielzen, maar niemand viel ons daar lastig. Je zoekt gewoon een plek waar je kan hangen, zonder gedoe. Op dat soort plekken ontmoette de straatcultuur elkaar. Hiphop-kids en skaters stonden in dezelfde wind. Toch bleef er één grote vijand: het Nederlandse weer. Het initiatief van Tom van Breda (later eigenaar van skateshop Shifty) om samen een overdekte ruimte te huren in het oude Tetem-gebouw, vormde rond 1999 het allereerste zaadje. Tom plakte een simpel briefje op een lantaarnpaal op het Molenplein: "Bel of mail mij." Zo’n vijfentwintig skaters lapten iedere maand een paar gulden om de huur van 400 gulden te betalen voor een overdekte locatie.
For us, by us
Tetem was rauw: een gerasterde tegelvloer, een paar geïmproviseerde schansen en een chillhoek met tweedehands banken en een TV waar skatevideo’s op draaiden. Het pand was een oude textielfabriek, en precies daar ontstond de naam De Fabriek. Toen ze jaren later nadachten over een officiële naam voor het skatepark, besloten ze vanwege die historie simpelweg bij De Fabriek te blijven. Dat ze uiteindelijk jaren later nog een keer in een fabriek zouden belanden, namelijk de Performance Factory, was puur toeval. Maar net toen Tetem vorm kreeg, sloeg in mei 2000 het noodlot toe met de vuurwerkramp. Het gebouw werd afgesloten, de grond moest gesaneerd worden en al het opgebouwde materiaal was in één klap weg. Wat volgde was een noodzakelijke omslag naar organisatie. Geadviseerd door een stadsdeelmanager van de gemeente Enschede richtte een kerngroep met onder meer Justin Meekes, Mike Kerkum, Pieter Overbeek, Tom de Vries, Tom van Breda, Sander van Doorn en William Dorant, in 2001 officieel een vereniging op.
"Het 'For us, by us'-idee:
iets proberen te creëren wat je graag wil zien, maar wat er niet is. Dat is altijd de core van de vereniging geweest."
De vereniging zwierf jarenlang rond. Ze vonden onderdak in het gekraakte ITS-pand, waar skaten in kelders werd versmolten met exposities van AKI-studenten, feesten en underground gigs. Om geld op te halen voor de vereniging organiseerden ze legendarische werving feestjes. Voor een tientje aan de deur kreeg je een entree en was je meteen lid voor een jaar. Buiten claimen ze de openbare ruimte met de Q-Day Sessions. Jarenlang transformeerden ze op Koninginnedag het Stationsplein tot een festival van skatecontests, geluidssystemen, live-acts van rappers en samenwerkingen met partners als Fragma en Triplewize.
De brug tussen twee steden
In die tijd waren Hengelo en Enschede nog twee gescheiden werelden. Hengelo had zijn eigen beruchte skatecrew: de Zooligans. Hoewel beide groepen hun eigen terrein verdedigden, ontstond er al snel een hechte band. De Enschedeërs reisden af naar wedstrijden bij Thiemsbrug, terwijl de Zooligans naar de Q-Day Sessions in Enschede kwamen. De definitieve versmelting vond plaats op Het Hulsbeek tijdens het meerdaagse skateboard festival Oerend Hard. Twee weken lang kampeerden de skaters op het terrein om op- en af te bouwen. De scheidingslijn tussen Enschede en Hengelo verdween volledig in het stof van de mini-ramps, barbecues en nachtelijke feestjes.
Van proefproject naar De Performance Factory
Vanaf 2008 begon Mike met het schrijven van een plan en het lobbyen voor een indoor locatie. Hierin werkte hij samen met verschillende organisaties, waaronder klimhal Cube. Het initiatief werd uiteindelijk opgepikt door woningcorporatie Domijn, wat in 2011 leidde tot de start van een proefproject op het terrein van wat nu De Performance Factory is. Al rond die tijd deed zich een unieke kans voor: skatepark Ladybird in Tilburg ging verhuizen en hun houten bowl mocht worden overgenomen. Nog vóór er een officieel huurcontract of subsidie van de gemeente rond was, reed een Twentse delegatie naar Tilburg om de bowl in vier dagen tijd te demonteren en naar Enschede te vervoeren. Met het geld uit de uiteindelijke subsidie en een flinke dosis eigen inzet werd het huidige park vervolgens geheel zelf opgebouwd.
"In de skateboardcommunity zitten mensen met allerlei verschillende skills. Je hebt mensen die kunnen lassen, je hebt mensen die goed zijn met cijfers. Gecombineerd kom je heel ver."
Een kwarteeuw eigenheid
Inmiddels bestaat De Fabriek vijfentwintig jaar. De verwevenheid met hiphop was nooit een geforceerd strategieplan, maar het logische gevolg van dezelfde levensstijl: ontstaan op de straat, gedreven door makerschap en het hanteren van je eigen regels. Met het geleidelijk afzwaaien van de oude garde, leunt de toekomst nu op de schouders van een nieuwe generatie. Een generatie die niet meer op een guur Molenplein hoeft te beginnen, maar is opgegroeid binnen de muren van een volwaardig park. Mike kijkt zonder poeha terug op zijn tijd als voorzitter. Het verhaal van De Fabriek bewijst dat de Twentse straatcultuur niet afhankelijk is van wat er van bovenaf wordt georganiseerd, maar puur vanuit de grassroots ontstaat, gedreven door urgentie. Of zoals Mike het samenvat: Het belangrijkste is dat je gewoon moet doen waar je zin in hebt. Daar trek je mensen in mee, en dat kan tot dingen leiden die je vooraf nooit had verwacht. Als iedereen zijn energie erin steekt, komt het er gewoon.
Meer afleveringen